“De verantwoordelijkheid voor de installaties in een gebouw en de installatieverantwoordelijkheid zijn twee verschillende dingen”, zegt Ad Duister, adviseur bij Elektroraad.
Eigenaar verantwoordelijk voor electra
Ad: “Als het gaat over elektrotechnische veiligheid moeten de installaties veilig zijn én moeten de mensen die in het gebouw werken veilig zijn. Dat raakt twee verschillende rechtsgebieden. Een elektrische installatie moet voldoen aan de NEN 1010. Dat is vastgesteld in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving, onderdeel van de Omgevingswet. De eigenaar van het pand is hiervoor verantwoordelijk.”
Gebruiker verantwoordelijk voor installaties
“Daarnaast heb je de Arbowet”, zegt Ad. “Deze wet zegt dat een werkgever moet zorgen voor een veilige omgeving voor zijn werknemers. Die wettelijke verplichting kan worden ingevuld met de NEN 3140, maar die norm is – anders dan de NEN 1010 – niet wettelijk verplicht. De verantwoordelijkheid ligt hier ook niet bij de eigenaar van een pand, maar bij de werkgever. Dat kan een andere organisatie zijn.”
Begripsverwarring bij uitvraag
“Bij een uitvraag voor het onderhoud van de installaties ontstaat vaak begripsverwarring”, vertelt Ad verder. “Het onderhoud aan de installaties vraagt een gedegen technische scholing, wat de meeste eigenaren van maatschappelijk vastgoed niet in huis hebben. Ze besteden het dan uit en vragen de opdrachtnemer om de ‘installatieverantwoordelijkheid’ over te nemen. Wat ze eigenlijk bedoelen is dat de installatie moet blijven voldoen aan de NEN 1010. Het begrip ‘installatieverantwoordelijke’ verwijst naar de NEN 3140 en daarmee naar de Arbowetgeving. Het is een woordspel: verantwoordelijk voor de installatie of installatieverantwoordelijk, maar het onderscheid is belangrijk om elkaar goed te begrijpen.”
Onderscheid tussen object en mens
Ad: “De oplossing zit in een helder onderscheid tussen het object en de mens. De installatie, het object, moet voldoen aan de NEN 1010 en de Omgevingswet. De zorg voor medewerkers valt onder de Arbowet. Als je voor de mens conform de NEN 3140 werkt, bepaalt de installatieverantwoordelijke alles – die heeft in principe de mogelijkheid zelfstandig beslissingen te kunnen nemen. Maar zo werkt het in de praktijk niet. Het is belangrijk dat je duidelijke afspraken maakt wie welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft binnen het hele proces. Wie is verantwoordelijk voor de installatie? Wie neemt de beslissing of de installatie wel of niet uit mag? Wie voert dat dan uit?”
Belangrijkere zaken
Soms moeten er lastige keuzes worden gemaakt. Dan is het belangrijk dat de opdrachtgever de uiteindelijke beslissingen maakt. Ad: “Elektrische veiligheid is natuurlijk ontzettend belangrijk. Maar je kunt je ook voorstellen dat er zaken zijn die misschien nóg belangrijker zijn.” Hij illustreert dit met een voorbeeld van Rijkswaterstaat: “Als ik vind dat de elektrische installatie uit moet, maar daarmee worden de sluizen en stuwen in IJmuiden stilgelegd, dan kan ik me voorstellen dat de minister het belang van de sluizen en stuwen groter ziet dan het belang van de elektrische veiligheid.”
Volgens Ad mag een opdrachtnemer een installatie daarom nooit zomaar uitschakelen. “Je moet altijd met de opdrachtgever overleggen. Dan kan de opdrachtgever bepalen of dat op dat moment gewenst is. Zo houdt de opdrachtgever controle over zijn bedrijfsvoering, terwijl de opdrachtnemer toch zijn contractuele verplichtingen kan nakomen.”
Meedoen?Op 28 september 2026 komt het netwerk Onderhoudsmanagers bijeen in Rijksmonument College Zeemanshoop in Amsterdam. Bart Wams, directeur Expertise bij Elektroraad, gaat dan dieper op het onderwerp in.
Wil je bij dit netwerk aansluiten? Stuur dan een mail naar info@bouwstenen.nl of bel 033-2584337. |







